Sinds 1 januari 2026 geldt de CBAM-drempel van 50 ton. Een importeur is vrijgesteld van CBAM als zijn totale invoer van CBAM-goederen in een kalenderjaar op of onder 50 ton blijft. Hij heeft dan geen toelating nodig, dient geen aangifte in en koopt geen certificaten. De regel kwam met Verordening (EU) 2025/2083, de vereenvoudiging van de CBAM-verordening. Hij verving de oude vrijstelling voor zendingen met een waarde van € 150 of minder.
Volgens de raming van de Commissie haalt de drempel ongeveer 90% van de importeurs uit CBAM. Ongeveer 99% van de ingebedde emissies blijft eronder vallen. De meeste importeurs van CBAM-goederen voeren kleine volumes in. De meeste emissies komen binnen via een klein aantal grote importeurs.
Zo tel je de 50 ton
- Per importeur. De telling omvat de eigen invoer van de importeur. Andere entiteiten van een groep en de omvang van elke zending tellen niet mee.
- Per kalenderjaar. De telling begint op 1 januari opnieuw.
- Over sectoren heen. Cement, ijzer en staal, aluminium en kunstmeststoffen tellen op tot 1 totaal. 30 ton stalen schroeven en 25 ton aluminium profielen maken samen 55 ton.
- Op nettomassa. Het gewicht van de goederen, zonder verpakking.
- Elektriciteit en waterstof vallen buiten de drempel. Elke hoeveelheid van die 2 valt onder CBAM.
De drempel is een ja-of-neetoets over het jaar. Een grotere importeur krijgt geen vrijstelling voor zijn eerste 50 ton.
Wat er gebeurt boven 50 ton
Komt de invoer van het jaar boven 50 ton, dan valt het hele jaar onder CBAM. Dat geldt ook voor de tonnen die zijn ingevoerd voordat de grens werd overschreden. De importeur moet dan toegelaten CBAM-aangever zijn. Invoer boven de drempel zonder toelating is een overtreding. De verordening stelt daarvoor boetes boven het standaardbedrag van € 100 per ton CO2e.
Neem een importeur die bevestigingsmiddelen uit China invoert, GN 7318 15 95. In 2026 is de standaardwaarde voor die post 6,375 tCO2e per ton, met opslag 7,013.
| Invoer van het jaar | Onder CBAM? | Certificaten | Kosten bij € 75,28 |
|---|---|---|---|
| 40 t | Nee | 0 | € 0 |
| 50 t | Nee | 0 | € 0 |
| 60 t | Ja, alle 60 t | 11 | € 828 |
| 200 t | Ja | 36 | € 2.710 |
Bij 60 ton betaalt de importeur over alle 60 ton. Hij betaalt dus ook over de eerste 50 ton. In 2026 zijn de kosten laag, omdat de CBAM-factor 2,5% is. Bij de factor van 48,5% in 2030 en de opslag van 30% vragen dezelfde 60 ton 242 certificaten. Dat is ongeveer € 18.000 tegen de huidige prijs.
De regel voor toelating in 2026
Een importeur die verwachtte in 2026 boven 50 ton te komen, moest uiterlijk 31 maart 2026 de status van toegelaten aangever aanvragen. Wie dat op tijd deed, mag blijven invoeren terwijl de nationale autoriteit beslist. Een importeur zonder aanvraag die boven 50 ton komt, voert in zonder toelating. De weg naar de status en de aangifte die volgt, staan in de CBAM-aangifte.
Zo houd je de telling onder controle
- Tel elke maand de nettomassa van elke CBAM-code op, per importerende entiteit. De rapporten van een douane-expediteur bevatten de gegevens meestal, verdeeld over meerdere aangiften.
- Let op codes die je niet als staal ziet. Schroeven, moeren, sluitringen, buizen, fittingen, draad en constructies van ijzer of staal staan in de bijlage van de CBAM-verordening. De lijst van GN-codes toont alle 572.
- Beslis vóór de 50e ton. Wie de grens in november overschrijdt, brengt het hele jaar onder CBAM.
- Bereken het jaar alsof het onder CBAM valt. Ligt de telling dicht bij de grens, dan kost toelating bij een factor van 2,5% vaak minder dan zendingen rond de grens sturen.
De CBAM-calculator markeert elke regel op of onder 50 ton. Alleen het jaartotaal van de importeur beslist.
Bronnen: Verordening (EU) 2023/956, artikel 2, gewijzigd bij Verordening (EU) 2025/2083. Persbericht van de Commissie over de vereenvoudiging van CBAM. Kosten berekend op 16 september 2026 met de rekenmodule van CBAM Data.